maandag 3 oktober 2011

Dag 3 van de vierdaagse reis

Ook na een goede nachtrust moet er toch weer worden vertrokken, want ze houden geen kostgangers. We koersen richting het eiland Manitolen. Dat is heel groot en ligt tussen diverse meren in (zeg maar gerust zeeen). Bij de aankomst op het eiland zien we gelijk een indrukwekkend monument. Dat verklaart ook wel wie hier wonen, nl. veel indianen.













Ze laten zich overigens niet graag zien. De taal is ook raak, want waar we eerder lazen op de hekken, no trespassing of this land is our land, staat hier gewoon back off, m.a.w. wegwezen of oprotten. We rijden via een brug het eiland op.













Er is hier ook een informatiekantoortje waar we even binnenwippen en we strekken meteen even de benen langs het water.













Eenmaal weer in de auto zoeken we het adres van een oude kennis van Adriaan, die daar boert met zijn zoon. De ontmoeting is fijn, maar de boer is vreselijk doof. De zoon probeert nog om ons lekker te maken voor een farm op het eiland, maar dat is ons iets te veel van het goede. Het is een vrij kaal eiland met weinig inwoners en in de winter kan het makkelijk -40 tot -50 worden, daar moeten we toch nog even niet aan denken.













Er wordt wel gemolken en de hele zomer veel gehooid en dat is iets wat in de Leeuwenfamilie heel populair is, dus wie weet.
Na het gesprek is het tijd om naar de ferry te gaan die ons van het eiland af zal varen. We overwegen eerst nog om in een wigwam te overnachten, maar dat wordt door de kinderen niet goedgekeurd.

















De ferry doet er ruim 2 uren over om van het eiland naar het vasteland Tobermory te varen. De auto's en vrachtauto's gaan helemaal onderin. Aan boord kunnen de kinderen spelen en we hebben er onze warme maaltijd gegeten.














En voor de geinteresseerden onder jullie, er kunnen 683 passagiers mee en 143 voertuigen, dus geen kleine jongen he? Als het weer in goeden doen is dan vaart hij over het Huron meer 29 km per uur.(18 miles)

We genieten van de zonsondergang.













We varen langs kleine indianenhuisjes, maar ze zitten vast binnen of in de bossen, want we zien ze niet.













Onderweg worden ook de zeemeeuwen door iedereen gevoerd met brood en chips. Ze zijn dat al gewend, want ze pikken het zo uit je hand.














Nadat we de zee achter ons gelaten hebben, tuffen we nog zo'n 80 km. verder en vinden, jawel, weer een motel om te slapen. Als we geen boer worden hier, dan heb ik wel een ideetje. Zie je het al voor je: De Leeuw, Bed and Breakfast.













De luikjes vallen al snel dicht en we verheugen ons weer op de dag van morgen die ons ook weer "thuis" zal brengen, maar dat komt later.

1 opmerking:

  1. Hoi Allemaal,jullie hebben het echt wel naar je zin gehad die dagen.
    Dat kan ik wel zien en lezen,echt canada verkennen en genieten

    Groetjes Jannie.

    BeantwoordenVerwijderen