Ook vanaf de buitenkant was het een naar gezicht. We hadden een heel klein wereldje.
In de bomen bleef het ijs om de takken vastzitten en om de bloesems die het begin vormden van nieuwe blaadjes.
Toen ik een filmpje maakte, kon ik het ijs horen kraken toen de boompjes door de harde wind heen en weer werden geschud.
Het hele hek van de wei zat onder de pegels en natuurlijk hebben we dat al meer gezien toen het vroor, maar nu was het een beetje eng gewoon.
Aan de achterkant van het huis was het net of er een paar ruiten waren gebroken, overal lag glas (ijs)
Sommige stukken waren zo groot als een half limonadeglas en door de kou is het lang blijven liggen.
Doordat er grote takken af waren gevallen, was er ook schade aan de tafel en stoelen, daar hadden we welgeteld 1 keertje aan gezeten op een warmere dag. Over de weg lagen ook boomtakken die Adriaan is wezen halen met de jongens om als brandhout te gebruiken.
Ook was de vlag van tante Wendie van de paal gewaaid en dat vonden de kinderen helemaal niet leuk. Gelukkig vond Lars hem een paar dagen later toch nog in het land en kon Erik hem weer in ere herstellen.
Zo zie je maar, dat 1 mooie dag nog geen zomer maakt, al is de natuur toch duidelijk aan het veranderen nu. Toen ik al dat ijs zag, moest ik aan de woorden uit de Bijbelse Psalmen denken: "Hij werpt zijn ijs daarheen als stukken" Wij zijn onmachtig als het natuurgeweld losbarst en kunnen niets doen, maar gelukkig is nu de rust weer weergekeerd en zijn de takken weer een eind opgeruimd. De weersberichten geven hogere temperaturen aan en dat is goed voor mens en dier.